is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warongs zijn grappen en glossen, bokkesprongen en vroolijke liedjes ten beste geeft. Op zijn grooten, aangeplakten wipneus, waar Timboel anders zoo om lachen moet, draagt hij een bril met donkere glazen. Zijn gezicht, armen en beenen zijn geel geschilderd als bij een kratondanser, wiens vergulde hoofdtooi ook zijn potsierlijk hoofd bekroont, boven de lange, uitgepenseelde wenkbrauwen. Timboel hoort de koelies lachen en joelen om zijn zottigheden.

„Ga ook eens kijken," raadt zijn moeder hem, doch hij blijft liever bij haar zitten.

Als den volgenden morgen de Njonja in de keuken haar orders geeft en zij Timboel weer tegen een pilaar ziet zitten, alleen en verdrietig, vraagt ze Kebon, den tuinjongen, haar twee duiven te brengen, een mannetje en een vrouwtje. Vol aandacht ziet Timboel, hoe Kebon wat graan strooit om de dieren te lokken. Terwijl zij de korrels heftig oppikken, met de trippelende pootjes overal sporen achterlatend op het pas geveegde pad, vangt hij er twee, heel voorzichtig en met groote behendigheid. Hij overhandigt de angstige fladderaars aan zijne meesteres.

Tot zijn verbazing ziet Timboel, hoe de Njonja op hem toe loopt en hem, Timboel, de twee duiven