is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de tong-tong bij het wachtershuisje, uit den kampong, uit de huizen, van den wegkant en overal vandaan. Allen zien het onheil naderen, allen tikken, maken leven om den Lampor, die bezig is groote wolken op elkaar te stapelen, te verjagen. ,,Ajo, slechte duivel met je gevleugeld menschenlichaam en je stierenkop, maak dat je wegkomt!" Zwevend door het luchtruim sticht hij onheil, waar hij gaat. Veroorzaakt wolkbreuken, springvloeden, onweer en verduistert zon of maan.

„Scheer je weg naar de zee, waar, in de woelige golven, je woning is!"

Is het wonder, dat Timboel en zijn vriendjes elkander opgelucht aanzien, als het gevaar geweken is, en zij door het leven maken het leelijke monster op de vlucht hebben doen slaan, zoodat de maan weer rustig schijnen kan.

De donkere wolken drijven verder; nu kunnen ze weer spelen. Vlug trekken ze de kleeren uit en springen in de kali. Met handen en ellebogen slaan ze rimpels op het glanzend watervlak, kinderlijke wijsjes erbij zingend en tonggeluiden makend; een geliefkoosd spel, dat heel lang kan duren, voor het hen verveelt.

En den volgenden nacht schijnt weer de maan. Dan zit Timboel met zijn vader onder de hooge bam-