is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII

BRUILOFTSKLANKEN

Als aan weerskanten van den langen zandweg het gepluimde suikerriet afgesneden en aan bossen gebonden naar de fabriek vervoerd is, worden de achtergebleven stoppels en bladeren op de akkers verbrand, de velden bij gedeelten ingedamd en onder water gezet.

Dan komt de landman met zijn ploeg en zijn karbouwen om diepe voren te trekken in den modderigen grond en om de sawah's gereed te maken voor het uitplanten van de jonge rijst. Vrouwen uit de dessa komen de millioenen jonge plantjes verspreiden over het wijde, in vakken verdeelde, spiegelende watervlak.

En reeds na enkele maanden staan rijke goudgele velden te wachten om geoogst te worden.

In dezen tijd is het, dat Timboel's broer, Hardjo, zijn vader vraagt, het huwelijksaanzoek te doen, bij de ouders van zijne uitverkorene, de mooie Latiah. Timboel vindt dit zeer gewichtig. Hij luistert naar