is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schemeren. Een kromming van den weg brengt hen plotseling voor het meer, dat diep tusschen hooge bergwanden en heuvels verscholen lag.

Op den berm van den weg, te midden van een groepje nieuwsgierigen, staat een man met een zwierigen hoofddoek en een pienter gezicht, zijn hoed in de hand, verlegen lachend te buigen. Ook op baboes gezicht verschijnt een glimlach en fluisterend verklaart zij Timboel: „Dit is je oom Troeno, je vaders jongste broer, die je nog, toen je pas geboren was, heeft gedragen. Daarna is hij naar Sumatra gegaan en nu woont hij hier. De ,,kabar angin" heeft hem zeker verteld, dat wij kwamen. Morgen zal hij wel met ons komen praten." En iets verder, voor een rood steenen huis met een schoorsteen en een tuin vol met voor hem onbekende bloemen en planten, kruipt Timboel uit zijn draagstoel.

Dan wacht hij geduldig in den achtertuin, het ijzeren koffertje naast zich, tot zijn moeder klaar is met het werk voor de Njonja.

Als de schemering valt, de nacht de bergen en het meer opslokt, in de steenen huizen geleidelijk de lichten worden ontstoken, komt zijn moeder hem halen.

In hun kamertje met wit gekalkte muren staat een