is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII

TJOKRO PAWIRO

Door den zwoelen kentering-avond klinken gamelang tonen uit de naburige dessa. Lokkende, roepende tonen zijn het voor Timboel, die voor zijn huis zit te droomen.

Waarvan? Wat wil hij toch?

Hij gaat naar binnen en werktuigelijk verwisselt hij zijn ouden hoofddoek voor zijn nieuwen en trekt zijn schoone kleeren aan.

„Kling-klang-kling-klong," klinken de lokkende tonen, die, als het klateren van een waterval naar hem over waaien en zijn hart tot in de keel doen kloppen. Als een misdadiger sluipt hij het achterdeurtje uit, door den maandoorglansden kampong, de gamelangtonen tegemoet.

Het is druk in de naburige dessa. Vele gasten en nieuwsgierigen zijn reeds toegestroomd; hebben zich een plaats veroverd in de pendoppo van de woning der feestenden.

Stilletjes, bijna onopgemerkt, zet Timboel zich onder de mannelijke toeschouwers.

16