is toegevoegd aan uw favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al dien tijd hebben de blikken uit Timboel's brandende oogen Koening vastgehouden. Eenmaal heeft ze zijn kant uitgekeken en vonkte er iets in haar oogen op. Zijn hartbonst; hij houdtzijn adem in. Kon hij maar mee dansen! Maar hij is slechts toeschouwer en geen gast.

Om zich heen hoort hij de ronggeng roemen: wat danst ze goed, wat is ze mooi en jong, wat zijn haar heupen slank....

Men zegt, dat zij binnenkort bij den Wedono, die eenige dessa's verder woont, als voordanseres zal worden aangesteld en zij voortaan bij hem in zal wonen.

Als laat in den nacht het dansen is afgeloopen, de toeschouwers uiteen gegaan zijn en de laatste gamelang-tonen zijn weggestorven, ziet Timboel, hoe Koening mee naar binnen gaat en in het huis verdwijnt.

Langzaam richt hij zich op. Nauwelijks merkt hij, dat zijn voeten hem naar huis dragen. Hij laat zich op zijn rustbank neervallen, maar, in plaats van te slapen, ligt hij wakker.

De tong-tong hoort hij op vaste tijden. De stemmen der wakers in het wachtershuisje klinken wonderlijk duidelijk door den helderen maannacht, waarin ook de tokkeh uit het bamboe boschje zijn krakenden roep doet hooren.