is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O mijn rondje!" kreet de dikke man. „Nee, dat gaat niet door! Dat was lichtelijk praematuur. Weet je wat dat is?"

„Jawel," zei de kastelein wat stug, „maar dat heb ik niet!"

„Daarom! Man ga! Ik waarschuw je, we zijn in deze stemming tot alles in staat!" en de dikke knarste op zijn tanden, zoodat de kastelein zich schuw en nogal haastig terugtrok.

„Meneeren," hervatte de dikke man dan. „Ik heb me zooeven met mijn arrogante toespraak lichtelijk belachelijk gemaakt! Mijn excuses! Maar zoo'n krom geval kon ik toch ook bezwaarlijk vermoeden. Ik dacht aan het bekende woord: Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren! Maar hier bleken, volkomen in strijd daarmee, alle geroepenen tevens uitverkorenen te zijn. Mag ik U vragen, want daar gaat niets boven klaarheid in gevallen als deze, heeft U ook allemaal zoo'n serie onkiesche vragen moeten beantwoorden: wie uw Pa was en of U schulden heeft en of U een smoking bezit?"

„Ja, ja, juist . . . precies . . . net zoo!" klonk het dooreen.

„Dan geef ik het woord," zei de dikke man, „aan degeen, die meent over dit krankzinnige geval nog iets verstandigs te kunnen zeggen!" en hij zakte weer op zijn stoel aan het tafeltje neer en nam een groote teug uit zijn bierglas.

„Meneeren," sprak Jaap, „ik meen één opmerking te mogen maken. De dame met de onleesbare handteekening heeft mij verteld en U dus natuurlijk ook, dat het onderwijs gegeven moet worden aan een jonge dame!"

„Aan één jonge dame!" riep de lange man met het halve kale hoofd. „Wat een nonsens! Zes leeraren voor één zoo'n schaap!"