is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ford daar dadelijk met een nog van woede verwrongen gezicht op hem af.

„O eindelijk! . . . Wat is dat? . . . Wat moet dat. . .? Een schandaal!" kreet de buiten zichzelve gebrachte man, die al spoedig na het vertrek der zes leeraren door het dienstmeisje van zijn touwen was bevrijd.

Mr. de Vos, die behalve zijn al wat slinkende wang en zijn nog ietwat gezwollen oog geen teekenen meer vertoonde van de doorgestane mishandeling, hief met een wenk naar het meisje, dat op de verschijning van nu weer dezen baardigen heer met een auto, angstig in het buffet was gevlucht, de hand kalmeerend op.

„Laten we even naar je kamer gaan," sprak hij, „misschien valt er wat te bespreken."

Rutherford gromde iets, maar hij ging toch op het voorstel in en even later zaten ze op twee ongemakkelijke stoelen tegenover elkaar in het kleine slaapkamertje, dat Rutherford sedert een paar dagen gehuurd had.

„Tja . . ." zei Mr. de Vos dan, „en vertel nu eens. Zijn ze weg?"

„Die kerels?"

„Nee, de meisjes."

„Wat meisjes?"

„Heb je ze dan niet te pakken gekregen?"

„Ik? Welnee. Hoe kom je er bij?"

„Dat was toch je plan!"

„Loop naar de weerlicht!"

Mr. de Vos lachte weer, voorzoover zijn anderhalve oog hem dit mogelijk maakte.

„Ja amice, je bent nu blijkbaar een beetje ontstemd, maar die kerel vertelde mij toch, dat je in die ontvoering wèl geslaagd was en je gedurfde ondernemingszucht kennende, twijfelde ik geen oogenblik of hij sprak de waarheid."

„Over welke kerel heb je 't?"