is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heb gezien dat ze naar huis terugliep," sprak Jaap. „Maar meneer Vignol, U krijgt nu Meedie bij U, dus dan zal ik me maar terugtrekken."

„Nee, nee, nee, meneer Kloosterman, volstrekt niet!" riep meneer Vignol uit. „Ik stel er integendeel heel veel prijs op dat U dit onderhoud bijwoont."

Hij wreef zich even met de hand over het voorhoofd.

„Die ellendige kerel... O, daar is Meedie."

Inderdaad trad Meedie juist de kamer in, maar ze bleef als met een schokje bij de deur staan toen ze Jaap ontwaarde en in de wat puilende donkere oogen kwam even een sombere gloed.

„Meedie, ga zitten . . ." zei meneer Vignol op haastigen toon. „Wat is dat met Thora? Waar is ze?"

„Ik weet het niet."

„Wanneer heb je haar het laatst gezien?"

„Zoowat een kwartier geleden. Ze is alleen gaan wandelen, kwam toen terug, is even op haar kamer geweest en toen zei ze alleen tegen me: Ik ga uit."

„Jok je niet?"

„Nee, meneer Vignol."

„Waar ging ze heen?"

„Dat heeft ze niet gezegd."

„Vermoed je niets?"

Ze zweeg even, dan sprak ze:

„Dat wel. Ik denk dat ze naar meneer Rutherford is gegaan."

„Correspondeerde ze met hem?"

„Ze heeft voor zoover ik weet éénmaal een brief van hem gehad. Gisteren."

„En nu vanmorgen heeft ze hem achter in het park gesproken?"

„Ja."

„Dat wist je?"

Ze knikte nu alleen maar.