is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarschuwt U dan nu onmiddellijk de Doetinchemsche politie, sprak Pabloj „dan kan die haar nog opvangen."

Meneer Vignol zuchtte en schudde het hoofd.

„Als het eenigszins kan, houd ik er de politie liever buiten, sprak hij. „Het krijgt dan zoo gauw het karakter van een schandaal, waardoor Thora volkomen gecompromitteerd zou zijn! De Freule van de Doornenburg die er met een vreemde man vandoor is, want niemand weet of zal bereid zijn te gelooven dat Rutherford haar halfbroer is."

„Maar in ieder geval moeten we nu zoo spoedig mogelijk naar Terborg gaan," zei Herklots.

„Daar valt nou niks voor je te boksen, hoor!" zei Sterk, maar niemand lachte om dat grapje.

„Maar hoe komen we daar? Te voet?" vroeg meneer Vignol. „Het is wel een half uur gaans."

„Wel," sprak Jaap, „laat U dan onmiddellijk die tentwagen inspannen, waarmee U ons van de trein heeft laten halen."

„Maar wou je dan met die Jan-Plezier de auto inhalen?" vroeg Sterk.

„Dat is de bedoeling niet," sprak meneer Vignol. „Meneer Kloosterman, ik geloof, dat uw raad goed is! Meneeren, ik dank U bij voorbaat voor uw medewerking. Onder het rijden zullen we dan samen overleg plegen. Ik zal nu mijn orders geven. Tot over enkele minuten dan!"

En inderdaad, geen tien minuten later stond de JanPlezier bespannen met de twee forsche paarden en gemend door Tulp den koetsier met de platte pet en de drie brandewijntjes, welk individu de zes leeraren niet meer hadden gezien na dien dag van hun aankomst, voor het bordes. En weer even later reed dit vehikel