is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI

„Lui," sprak Sterk, toen ze een half uur later aan de koffietafel zaten, „ik weet niet hoe het jullie gaat, maar ik heb een gevoel of we hier de langste tijd geweest zijn."

„Dat zou me spijten," sprak Pablo „het mag hier een beetje eentonig wezen, maar ik zou het hier toch lang kunnen uithouden, vooral als ik me er op ingesteld zou hebben om mijn vrije tijd wat beter te besteden.

„Nu ja," merkte van den Drift op, „kost en inwoning laten zeker niets te wenschen over, maar je krijgt toch elke dag sterker het gevoel, dat je alleen maar een soort figurant bent. Voelen jullie je hier nu een van allen nuttig?"

„Nee," gaf Jaap toe, „daar heb je gelijk in. En dat is ook wel de reden van onze onvoldaanheid. Behalve Pablo dan misschien voelen we allemaal op hinderlijke wijze onze overbodigheid."

„Als Vignol maar eens open kaart met ons speelde," zei Medemblik, „en ons eerlijk opbiechtte waar het nu in feite om gaat. Maar dat doet hij niet."

„Ik geloof dat hij op 't oogenblik zelf erg in de put zit," merkte van den Drift op. „Hij is geen baas meer over zijn pupil!"

„Nee en over Meedie ook niet," zei Jaap, „want ik was er zelf bij dat hij haar verbood om haar kamer te verlaten en geen half uur later smeerde ze 'm al! Maar snappen jullie hoe ze zoo gauw in die auto kwam?"

„Ik wel," antwoordde Herklots. „Thora zal haar hebben opgebeld van 't station en haar toen verteld hebben waar ze de sleuteltjes had verstopt. En ik vermoed dat Thora heelemaal niet van plan is geweest om weg te blijven. Ze wou blijkbaar alleen die Rutherford nog eens spreken."