is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

„Zeker, dat heb je trouwens altijd met jeugdkennissen. Nee, nee, zeg . .protesteerde hij toen Dirk het valies opnam.

„Jawel, jawel . . hield deze goedig vol, „ik heb allebei mijn handen vrij. Ben jij nog altijd in de journalistiek?"

Ze liepen nu samen langzaam den weg op.

„Nog altijd. Een poosje in Rio gezeten, toen in Buda-Pest en nu weer in Mokum. Maar ik ben een beetje overwerkt en een maand vacantie hier in deze stille contrijen, zal me zeker goed doen. En hoe is het jou gegaan?"

„Ik makelaar nog altijd in koloniale waren. Erg slappies geweest, maar nou de laatste tijd schikt het weer een beetje. Ongetrouwd gebleven. Jij ook zeker?"

„Ja, hoor. Geen vrouw en kinderen ten laste. Moet je in mijn vak ook niet hebben, dat bindt te veel."

„Maar of je 't hier een maand zal uithouen!" lachte Dirk. „Hoe kwam je aan het adres van de „Springende Baars?"

„Dat raai je nooit. Daar heb ik over gelezen in de New-York Times. Ja man, zoon Amerikaansch blad moet je nou inlichten, waar je in je eigen Vaderland het beste kunt uitrusten!"

Dirk lachte.

„Ik wist niet wat ik hoorde. Mevrouw Krol, je weet wel, de eigenares van het hotel, die vroeg me vanmorgen: Kent U soms een meneer Herman Winter? — Herman Winter, zeg ik. Ja, wis en waarachtig. — Die heeft kamers besproken, komt met de trein van half vijf. — Allemachtig! zeg ik, dan haal ik hem af!"

„Verduiveld hartelijk van je," sprak Herman. „Ik