is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

vrienden nu het erf van des kasteelheers woonstede betraden.

Maar dan waren ze er ook nog niet.

In de poort tusschen de twee torens was een zware deur en zoo moesten Herman en Dirk nog even wachten, voor die deur, nadat er van binnen een hevig gerinkel en geknars was geweest van verschoven grendels en kettingen, langzaam op zijn zware scharnieren naar binnen zwaaide.

Dan stonden ze tegenover een man en Herman zag dadelijk, dat dit dezelfde man was, wiens hoofd ze even achter het luik hadden gezien, nadat Dirk tfeklopt had.

Hij had een opvallend bleek gezicht en die bleekheid kwam nog meer uit, wijl hij zijn zwart lang haar als een page droeg; hij was gekleed in een bruin buis met opgedofte mouwen en een nauwe broek, waarvan de strak om de beenen spannende pijpen eindigden op puntig toeloopende schoenen. Hij scheen wel zoo weggeloopen van een zestiende eeuwsche schilderij en Herman kreeg even de sensatie of hij droomde, maar zijn nuchtere kijk op de dingen voerde hem uit die droomsensatie toch snel weer naar de belevenis van de werkelijkheid.

„Goeien avond, Wenzel," sprak Dirk, die den poortwachter natuurlijk kende.

,,Goeien avond, heeren, sprak deze met een buiging. „De Baron wacht U. Mag ik U maar voorgaan?"

Door de poortdeur betraden ze nu een binnenplaats, in het midden waarvan een monumentale fontein een pluimende waterstraal hoog opjoeg en in klaterende druppels liet neervallen.

De poortwachter ging hen, in een ietwat plechtig