is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

met mij, de volgende dag kwam die Ier O' Marrick en nog een dag later die Pool."

„En de anderen?"

„De anderen? O ja, meneer Kool en madame Thérèse en de Signorina, die waren er al toen ik kwam. Waarom vraag je dat zoo?"

„Kijk!" riep Herman zich blijkbaar verrast bukkend en een bloem afplukkend. „De Baron heeft toch gelijk; hier staan al exemplaren van de Harlekijnsorchis."

„Is dat wat bizonders?" vroeg Dirk.

Herman haalde even zijn schouders op.

„Och, een botanicus is altijd wel blij als hij er een vindt. En de Baron heeft zeker gelijk. Als de streek hier voor toeristen geopend werd, dan waren ze in no time uitgeroeid! Aardig hier," sprak hij rond zich ziende. „Kijk, dat snorrende eendekkertje voor die bloeiende egelantier, dat is een meekrap-vlinder, die staat stil in de lucht en gedraagt zich precies als een kolibri, maar in plaats van zoon naaldscherp bekje heeft hij een lange tong, die hij oprolt als hij vliegt, maar uitrolt zoodra hij in een bloem wat lekkers bespeurt."

Dirk lachte.

„Nu, ik ben blij, dat jij hier zooveel interessante dingen ziet, maar waar komen wij nou terecht?"

„Wacht maar," lachte Herman „en vertrouw op mijn goed gesternte!"

De bodem van het ruige veld, waar het pad door heen slingerde, glooide nu weldra wat af en zoo bereikten ze al spoedig een laag en wat drassig gedeelte, dat vol biezen stond, achter welke echter de waterlelies dreven en waaruit langs de kanten heele