is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

loopen in de richting van het hotel en waarschijnlijk verder door naar het station; hij constateerde dat in de verte duidelijk, door de opvallend evenwijdige groei van elzenstruiken en meidoorns over een zeer langen afstand.

Op het hoogste punt van den weg aangekomen ging Herman in het gras zitten, haalde uit zijn zak een kleine, maar sterke Zeiss-binocle en keek daardoor naar het ranke klokkentorentje van het kasteel hetwelk boven de boomen uitstak, terwijl wat lager, het wit van den gevel en van de twee stompe torens tegenover de ophaalbrug, tusschen het loof en de stammen der boomen schemerden.

Dan wendde hij zich om en constateerde, dat van dit punt ook een stuk zichtbaar was van het dak van het hotel, tusschen de kruinen der oude boomen van den tuin; hij zag een windwijzer op een der schoorsteenen in het zonlicht blinken en ook nam hij daar een klein zolderraampje waar, uit hetwelk men zonder twijfel ook den toren van het kasteel moest kunnen zien.

Maar hij begreep ook, dat, zoo goed als hij van dit punt beide observatieposten kon waarnemen, hij zelf voor die observatie posten nu ook een voorwerp van waarneming kon zijn.

Deze ietwat onaangename conclusie deed hem dekking zoeken achter wat meidoornstruiken en hij was daar nog maar juist zoo goed mogelijk achter weggekropen, toen hij eensklaps een licht zag schitteren uit een raampje van den kasteeltoren, het verdween, kwam dadelijk weer terug, verdween andermaal, zoo eenige keeren achtereen met een vrij groote regelmaat en als Herman dan den blik wend-