is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

binnen en dadelijk op Herman toetredend sprak ze zacht: „Iemand om U te spreken, meneer Winter."

„Om mij te spreken?" vroeg Herman op verwonderden toon, maar hij stond meteen op en volgde mevrouw Krol naar de vestibule.

Daar stond Ruth, het nichtje van den Baron; ze zag er allerliefst uit in een eenvoudig, maar onberispelijk zittend, bruin complet met een coquet strooien hoedje van dezelfde kleur.

Ze trad dadelijk lachend op Herman toe en reikte hem de hand, terwijl mevrouw Krol zich verwijderde.

„Och. .. freule van Vreesewijck," sprak Herman het geboden handje galant aan zijn lippen brengend, „al wie ik nu toch verwachtte ...!"

„Is het een schrik of een verrassing?" vroeg ze coquetteerend met haar mooie tandjes.

„Een verrassing van de meest sublieme soort," antwoordde hij lachend, „maar gaat U niet mee naar binnen?"

„Nee, nee, dank U. Ik kom maar even een boodschap van Oom brengen en U vragen of U en meneer Molenaar ons het genoegen willen doen nu vanavond eens te komen bridgen en musiceeren. Oom heeft een beetje last van rumatiek en blijft daarom maar liever binnen. Maar ik hoorde juist van mevrouw Krol, dat meneer Molenaar ziek vertrokken is, hé?" en haar gezichtje werd plots zeer ernstig.

„Helaas, ja," antwoordde Herman, „en het is zoo plotseling gegaan, dat hij zoowat van niemand afscheid heeft kunnen nemen; van mij ook niet, anders zou hij me zeker wel verzocht hebben om aan U en