is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

praatje met Toon, die overigens niet erg spraakzaam was en zelfs een beetje bokkig.

Toen Herman weer buiten kwam, zag hij juist meneer Kool met een hengel over zijn schouder den weg in de richting van de Vreesewijck opgaan.

Hij glimlachte even, slenterde dan weer langs het hotel; in de vestibule stond mevrouw Krol te praten met madame Thérèse; ze namen niet merkbaar notitie van hem. Als hij even later terugkeerend weer naar binnen keek, zag hij juist madame Thérèse de vestibule ten einde loopen en de trap opgaan, terwijl mevrouw Krol er niet meer was.

Er kwam een tevreden glimlach in zijn oogen; hij floot een deuntje en slenterde weer op zijn gemak door, het erf en de stal nu voorbij.

Een veertigtal meters verder maakte de weg een scherpe bocht; tot zoover bleef Herman slenteren, maar dan, zoodra hij om de bocht was, drukte hij ineens zijn vuisten tegen de borst en begon hij over den eenzamen weg als een Marathonlooper te draven, tactisch, eerst langzaam, maar weldra sneller en sneller.

Met de ezelwagen hadden ze voor het afleggen van den weg tusschen het, station en het hotel 25 minuten noodig gehad, maar Herman liep nu al spoedig veel sneller dan de ezels ooit gedurende dien rit gedaan hadden en hij smaakte dan ook de voldoening, dat hij reeds na een kwartier de telegraafpalen langs den spoorbaan zag en nog weer vijf minuten later bereikte hij de laatste bocht, voor het station.

In den tuin van een der huisjes, welke zich daar bevonden, stond een spoorwegarbeider te spitten; Herman was dadelijk na de bocht weer gewoon in