is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30TEL „DE SPRINGENDE BAARS"

Plots doofde nu het zoeklicht, maar tegelijkertijd zag Herman een klein lichtje op het water en tevens hoorde hij het geplas van roeiriemen; weer blaften de honden; een stem riep duidelijk hoorbaar: „Koest!"

Er voer dus een roeibootje naar het neergestreken vliegtuig.

Herman keek en luisterde met gespannen aandacht, er fonkelde nog een tweede lichtje, vermoedelijk van een zaklantaarn; dan hoorde hij ook stemmen, onverstaanbaar, maar men begroette elkaar blijkbaar. Het bootje had dus zeker het toestel bereikt.

Eenige oogenblikken verstreken, dan klonk het geplas der riemen opnieuw, ineens werd het hondengeblaf ook weer sterker, dan opnieuw een stem, die „Koest!" riep, toen verdween alle licht, maar een minuut of vijf later klonk weer het hondengeblaf, doch nu veel verder weg.

Blijkbaar waren die honden dus met de afgehaalde bezoekers uit het vliegtuig, naar het kasteel gegaan.

„Nu of nooit!" mompelde Herman.

En andermaal trad hij op het water toe, liet er zich nu geruischloos in glijden en zwom dan weldra met krachtige slagen in de richting, waarin hij meende dat het vliegtuig zich bevond.

Het water was koud, maar hij voelde het nauwelijks; hij keek scherp vooruit, slechts een enkele maal wendde hij even het hoofd in de richting van het kasteel, maar daar bleef alles stil en donker.

En dan plots, in de schatering van het weerlicht, zag hij de kontoeren van het vliegtuig nog slechts