is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

Herman wierp het dekkleed van zich af, stond op, haalde zijn lantaarn te voorschijn, belichtte even het tusschendeurtje, hetwelk hij voorzichtig opende; meteen doofde hij zijn lantaarn.

Hij stond nu in een zwak schemerlicht in de stuurhut van het toestel en, een oogenblik later naast het toestel op den vloer van een hangar.

Het zwakke schemerlicht viel uit den glazen kap in het dak en ten deele ook door een paar ramen in de zijwanden.

Het contrast met de bijna absolute duisternis, waarin hij zoo lang had vertoefd, was nu zoo groot, dat Herman hier geen moeite had om de dingen voldoende te onderscheiden, doch hij keek niet veel rond, zijn eerste en voornaamste doel was om hier uit te geraken.

Hij trad op de schuifdeuren toe, maar die waren behoorlijk gesloten, doch dan bleek hem, dat de beide ramen in den zijwand maar een gewone spagnoletsluiting hadden, terwijl er geen luiken voor waren aangebracht.

Eenvoudiger kon het niet; tien tellen later stond hij buiten.

Hij keek om zich heen, terwijl hij met genot eenige malen diep adem haalde in den zuiveren koelen nachtlucht en onderwijl werd zijn aandacht getrokken door het silhouet van een molen, welker wieken scherp afstaken tegen het donkergrijs van den hemel.

En toen hij daar naar keek, zag hij plotseling een licht komen uit een raampje, juist onder den kap en een volgend oogenblik hoorde hij een zacht knetteren; daar ergens spatten ook een paar blauwe vonkjes.