is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

„Weet je, Ludmilla..." sprak hij dan als ik

maar zekerheid had, dat die zending van gisteren goed en wel de grens gepasseerd is ... Jij hebt toch ook wel eens zoo wat.. . Gisteren was je nog buiten je zelf, omdat je gedroomd had van een visch, die een kat opat of zoo iets ., . Als ik nu nog eens even vraag of..." en hij trad weer op het telefoontoestel toe.

„Nee!" kreet ze „Blijf af!"

Meteen knerpte de huistelefoon, welke op mevrouw Ludmilla's bureau stond; ze luisterde, ,,'n Oogenblik," sprak ze dan in den hoorn. „Anatole voor jou."

Hij schoot op haar toe.

„Wie?" vroeg hij verschrikt.

„Irene natuurlijk, antwoordde ze met een verachtelijk schouderophalen.

En ze had gelijk, want de firma had immers met uitzondering van Jumbo hier geen vreemd personeel in de zaak. De heer en mevrouw Tulescu vormden de Directie en de twee zoons en de dochter het kantoorpersoneel.

„Wat is er, kind?" vroeg de heer Tulescu nu.

„Iemand om U te spreken."

„Wie?" schrok hij opnieuw.

„Meneer Oscar Radek, vertegenwoordiger van de firma Pardowich & Krensjl in Belgrado."

,,0 ... zoo . .. hm ... ja ... Weet je zeker dat hij . . .?"

„Hoe zegt U?"

„Is ... is hij blond?"

Irene lachte.

„Blond? Nee, heelemaal niet!"