is toegevoegd aan uw favorieten.

Hotel "De Springende Baars"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOTEL „DE SPRINGENDE BAARS"

groep struiken naar de andere; een enkele maal schrikten ze een haas of een konijn op, welk dier dan vluchtte met een snel verstervende ritseling.

Eindelijk bleef Herman staan, hij wenkte Sjefke om vlak bij hem te komen en fluisterde dan:

„Zie je die molen?"

„Joa-et."

„Daar moeten we zijn."

„Ben die gasten dan nou al noar bed?"

„We komen niet in het huis."

„O, dat 's wat anders."

Sjefke scheen gerustgesteld en ze slopen weer verder.

Eenige oogenblikken later bereikten ze de vrij breede sloot, welke het particuliere vliegveld van „Reinaerde" geheel omgaf en achter die sloot verhief zich de hooge, met dichtmazig kippengaas en prikkeldraad voorziene, afrastering.

Herman wees en knikte; keek het kleine mannetje eens aan.

„Zou 't gaan?" fluisterde hij.

„Wat zou 't" antwoordde Sjefke op verachtelijken toon en eer Herman er op verdacht was, had Sjefke reeds een korten aanloop genomen en een volgend oogenblik stond hij al aan den overkant.

„Bravo!" prees Herman zacht, waarna hij zelf een veel langeren aanloop nam, doch dan toch ook veilig naast Sjefke aan den overkant terecht kwam.

Ze stonden nu vlak tegen de hooge afrastering.

Met het oog van een ervaren klimmer bekeek Sjefke het geval.

„Awel, dat 's 'n kleintje zulle," sprak hij zacht; met een aapachtige vlugheid klom hij in het kippen-