is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kijk, daar komt toch nog een botter de haven uit; nog een en weer een. Kat achter kat maken de zwarte schaduwen zich los van het eiland. Er zijn dan toch méér bang voor winter, net als Toate. Het stelt Riekelt geruster. Als de heele vloot er uit is, kan Mar er niets van zeggen, dat hij is gaan varen in de week van het nieuwe jaar. Ze was niet aardig gisteravond. Alhoewel, Toate kan ook drijverig wezen. Maar eens zien of hij in Nieuwediep niet even de wal op kan om een ansicht weg te sturen; want dit tusschen hen beiden moet gauw aan kant wezen.

Dubbele komt hem aflossen aan het roer, en Riekelt schiet het vooronder in. Z'n handen warmend aan het gloeiende kommetje, slurpt hij zijn koffie, en opgewekt vraagt hij: „Waar dacht je de eerste streek te doen, ouwe?"

Kijk, daar lucht schipper Post van op. De bokkepruik van Riekelt is in zee gevallen, verneemt hij aan de toon van zijn woorden. Hij is met z'n hersens weer bij het werk.

„In de koers van Terschelling had ik docht."

„Mmmm," antwoordt Riekelt tusschen twee slokken koffie door. Het keelgeluid is als het tevreden spinnen van een poes.

Paars en blauw zijn de vrouwenarmen. De oostenwind beet straks dwars door de omslagdoeken heen, en zelfs de geharde huid van een Urkerin heeft last van deze kou. Ze schurken hun onderarmen onder hun lakensche boezel om een beetje warm te worden.

Alevel, hier in „Paulus" is het goed te wezen. De zwarte salamander loeit en staat rood tot aan de pijp. En als de kachel de koude niet verslaan kan, dan doet de volte het wel. Hei,