is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Urk. Floep.... floep.... floep.... Het is hetzelfde licht dat hem blij maakte als de botter huistoe voer. Nu bemoedigt en verkwikt het de moede loopers. Het vertelt: hier is veiligheid en rust. En als nu zoo'n doode lamp, die een boodschap van menschen brengt, al zoo bemoedigt, hoeveel te meer bemoediging en verkwikking is er dan in het weten, dat Gods oog dag en nacht open is over Zijn kinderen?

Doodmoe, met pijnlijke voeten komt Meun eindelijk de haven in. Stram klautert hij bij de kade op. Baarsen ontvangt zijn vleesch, en hij beurt z'n loon.

„Hoe was 't?" vraagt zijn ontruste vrouw.

„O, best," antwoordt Meun.

Een man is niet gewoon met zijn gevoelens te koop te loopen.

Vreemde dingen beleeft het eiland in deze barre winter. Dat er menschen over zee loopen is heel gewoon geworden; dat er fietsers van Holland en van Friesland komen en schaatsenrijders, volgt daaruit. Maar nu rennen auto's over zee!

Op een middag is een groote roode wagen de haven binnengeronkt; al gauw waren er een tweede en een derde; de volgende dag denderden vrachtauto's vol melk en meel over zee. En eer de week om is, zijn autowegen afgepaald en rijden lange files van Enkhuizen, van Kampen en van Lemmer naar het eiland.

Van ontoegankelijk eiland is Urk plotseling geworden een centrum van toerisme en wintersport. Voor doodsche stilte kwam eensklaps fel en vroolijk leven in de plaats. En inplaats van armoe is er eensklaps overvloed, want de vreemdelingen brengen de vruchten van vijf jaren hoogconjunctuur mee, en