is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV

Wat in jaren niet is voorgevallen, gebeurt in deze zomer: de U.K. 183 vischt binnen.

Er is ansjovis bij hoopen in de Zuiderzee, en er worden goede prijzen voor betaald. Elke morgen valt de botter de haven binnen en elke middag gaat hij er weer op uit. Heel de nacht door tuft hij rond in de Zuiderzee, soms in het noorden, tusschen de Friesche kust en Wieringen, soms in de buurt van de Kreupel en van het Vrouwenzand, ook wel in de Lemster of de Schokker koers. Maar zelden buiten het zicht van het knippend oog van Urk.

In het begin vond Riekelt het maar zoo zoo, om daar dag aan dag en nacht aan nacht te kruisen tusschen de jolletjes van de Staverschen en de Markers, tusschen de Lemster aakjes en de kleine zeilbottertjes van de oude Urkers. Zijn zeemansbloed trok naar de Noordzee; het was hem binnen feitelijk te eng.