is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Urker kan niet buiten de zee. Daar is hij in zijn element. Daar staat hij zijn man. En op het eiland blijft het oude geloof bewaard. Op zee willen ze blijven. En als hun de zee ontnomen wordt, wel dan zoeken ze de zee weer op. Daarom betreffen de aanvragen, die de Generale Commissie van Urk uit bereiken, ongeveer allemaal de omzetting van een Zuiderzeevisschersbedrijf in een bedrijf voor de Noordzee. Men wil groote, sterke kotters hebben, schepen die tegen de trawlers uit IJmuiden op kunnen korren, en die heel de winter door buiten kunnen verkeeren. Er zijn op het eiland een paar van die schepen, met motoren van honderd paardekrachten er in, ingericht voor het korren, het beugen en de snurrevaad. Enkele van de allergelukkigste visschers hebben deze kotters uit eigen middelen kunnen koopen, en de vangsten die ze maken zijn reusachtig. Daar kan geen enkele oude botter aan tippen. Nu krijgt elk de gelegenheid om zoo'n kapitaal schip machtig te worden. De regeering heeft immers bij haar aanbod van crediet voor vervorming van het bedrijf, speciaal genoemd de overgang van Zuiderzeevisscherij naar Noordzeevisscherij, omdat zij dit als een zeer gewenschte bedrijfsverandering beschouwt.

Bij deze vooruitzichten begint de beklemming, die de groei van de afsluitdijk op Urk gelegd heeft, min of meer te wijken. Als die dijk hun zulke schepen bezorgt, dan mogen er wel tien dijken komen!

Riekelt Post ziet nu het schip van Kramer, de U.K. 202, met andere oogen aan. Vroeger is hij wel eens jaloersch geweest op dat mooiste en grootste schip van de heele Urker vloot. Nu ziet hij er het voorbeeld in van hun eigen schip.