is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich tot burgemeester Gravestein — dat hier zóó onrechtvaardig gehandeld wordt. Kun je dit gedoogen? Het schreit naar de hemel!"

„Kalm, Post, kalm vriend," sust de burgemeester. Tot den ambtenaar: „Maar u beslist toch niet op deze eene verklaring, meneer Grashof. U staat toch toe dat onderzocht wordt, of de aanvrager inderdaad zijn hoofdmiddel van bestaan niet op de Zuiderzee gevonden heeft."

Dat spreekt vanzelf. Het zal den ambtenaar aangenaam zijn wanneer hij een gunstig advies uit kan brengen over de aanvrage. Wanneer een onderzoek mogelijk is, bijvoorbeeld aan de hand van gegevens door de vischafslagen der verschillende havens te verschaffen omtrent de besommingen, dan zal hij de resultaten van het onderzoek zeer gaarne ontvangen. Maar de openhartige verklaring van den persoon in kwestie acht hij van bijzonder gewicht. En op dit oogenblik kan hij niet anders dan een afwijzend advies op deze aanvraag aan den minister uitbrengen. Wat hem aangaat, is het onderhoud afgeloopen.

„Ik zal zien wat ik voor je doen kan, Post," troost de burgemeester bij het weggaan.

De schipper wordt er niet door opgebeurd. Zwijgend, met loome stappen, gaat hij de burgemeesterskamer uit, de gang door. Zwijgend wil hij door de drom daar buiten het raadhuis heendringen.

Zij houden hem echter staande. „Hoe is 't? Wat heb je?" De vragen klinken opgewekt. Na Gnodde en Snijder heeft Post natuurlijk een goed bescheid gekregen.

„Ik heb niks," bijt Post. „Het is een rotvent!"