is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een visscherijtje maakt. Maar Lub is een eenling.

Heel Urk, om zoo te zeggen, rouwt over de beschikking, en Riekelt Post brengt het algemeen gevoelen onder woorden, als hij schamper opmerkt: „De zee vermoorden, dat kunnen ze. Maar land maken, ho maar. Het zijn beroerdelingen." Een krant zegt hetzelfde in gekuischter termen: „Dit besluit is het jammerlijkste wat men nemen kon. Men schrapt een zee van de kaart. Maar om land te scheppen inplaats van die verdwenen zee, daartoe is men niet bekwaam. Geen land en geen zee! Zoo wordt Nederland eerst recht de risee van de wereld."

Urk gaat een stikdonkere toekomst tegemoet.

Post moet erkennen, dat menschelijke vrees vaak beschaamd wordt. Met welk een zwaar hart is hij dit voorjaar tegemoet gegaan. De Noordzeevisscherij liet zich heel slecht aanzien. Schrale vangsten en lage prijzen. En op de Zuiderzee zou alles afgeloopen zijn. De Middelgronden waren al dicht. Alleen bij de Vlieter was nog een klein gaatje open. Voorjaarsharing zou er wel niet meer in de Zuiderzee komen, en de trek van de ansjovis bleef natuurlijk uit. Een slechte zomer zou op een slechte winter volgen.

En ziedaar! Vól visschersschepen is dag aan dag de Zuiderzee. Er ligt in Urk, noch Volendam of Marken, één schuit meer aan de wal. Alles wat vischtuig voeren kan, is er op uit om fuik of beug naar zee te brengen, of kor of kuil te trekken. Langs de wal zie je overal de fuiken staan, en de korrende botters, die in alle richtingen de zee doorploegen, moeten aldoor letten op de kleine zwarte, witte of bonte vlagge-