is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die dijk en deze sluizen zijn de oorzaak van al hun ellende van de laatste tijd. En deze dijk en sluizen kwamen er door de regeering, die de Urker visschers doemt tot armoe. Hulp om het op de Noordzee te kunnen klaren krijgen ze niet. De vrijheid om op de Zuiderzee te blijven visschen, laat men hun niet. En zelfs het land, waarmee men hen gepaaid heeft, in ruil voor de zee, komt er niet. Zij zijn verschoppelingen. Aan Heemskerk klampen ze zich echter vast. De grijze staatsman, met zijn vermoeid gebaar en zijn heldere, vriendelijke oogen, zal hen helpen. Ze hooren nog de warmte in zijn woorden bij die conferentie. Ze weten zeker, dat hij hen nimmer aan hun lot zal overlaten. Straks keeren ze op de Zuiderzee terug. Het eind van de ansjovisteelt zullen zij nog meemaken. Bij de thuiskomst na deze reis, is het antwoord van den minister verschenen. „Dat de zoogenaamde Urker Noordzeevisschers regelmatig ook de visscherij op de Zuiderzee beoefenden, is den minister niet zoozeer bekend, als wel dat zij, wanneer de vangst, bijvoorbeeld van haring en ansjovis, in de Zuiderzee overvloedig was, hun gewone vischterrein verlieten om op de Zuiderzee de vischvangst te beoefenen."

Post loopt vast in de lange zin. Hij begrijpt niet wat de minister nu anders zegt dan Heemskerk zei. Hij zoekt naar het slot van het bescheid: „Op grond van het bovenstaand is de Minister van meening, dat Urker Noordzeevisschers niet als belanghebbenden in de zin der Zuiderzeesteunwet kunnen worden aangemerkt. Hij is voorts van oordeel, dat de maatregelen ter bescherming van de belanghebbenden terecht genomen zijn. Hieruit volgt, dat hij op deze maatregelen niet kan terugkomen."