is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral bij de pret en de hulde aan de haven. Deze strijd met de politie was een spannende sport. Hij gaf afwisseling en kleur aan het eentonig visschen op de binnenzee. En hun kop gaf het niet op om te bukken voor die kerels van de wal. Riekelt is al over zijn weekheid heen. „Bemoei je met je eigen zaken," zegt hij ruw. „Di's mannewerk; daar hebben jullie geen verstand van."

Mar snikt zachtjes.

Bij Riekelt stormt het. Bravour en liefde voor zijn vrouw, koppigheid en beter inzicht strijden. Het maakt hem er des te harder tegen in. „Ik wou dat dat gesnotter nou es uit was," barst hij uit. „Jullie met je eeuwig gegrien."

Mar houdt haar handen voor haar oogen; haar schoot schokt, schokt....

Riekelt bijt op zijn lippen.

Ze zwijgen de heele avond en zwijgend gaan ze naar bed.

Schipper Willemse brengt rapport omtrent de surveillance op het IJselmeer. „Het lijkt of de duivel in de Urkers gevaren is, meneer,' zoo besluit hij. „Ze trekken zich geen steek van de voorschriften aan. Ze visschen allemaal, allemaal!"

„Waarom maak je dan geen verbalen?" vraagt de inspecteur verstoord.

„Maak eens een vuist als je geen hand hebt," verdedigt de schipper zich. „Mijn vaartuig is niet vlug genoeg om op hen in te loopen. En ik kan ook niet zeggen, dat ik er begeerte naar heb om m'n hersens in te laten slaan door die ruwanen." De inspecteur staart naar de vloer, grimmig. Dan heft hij z'n hoofd.