is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

functie wordt zelfs geen vervolging ingesteld.

Met zekere schaamte ervaren de visschers deze mildheid. Ze hadden toch wezenlijk straf verdiend voor hun brutaliteit en voor hun botte weigering om gehoorzaam te wezen.

De ban van het verzet is gebroken. En op de Zondag, dat de dominee preekt over Psalm 51, zien zij hun zonden voor zich. Niemand denkt nu, na afloop van de kerkdienst aan een knipoog of een spottend lachje, en bij de nabetrachting valt ditmaal geen klacht over een gebrekkige toepassing in de preek. Alsof er geen verzet gepleegd was, toont de regeering zich bereid tot een compromis. De heele vloot kan niet op het meer blijven, heeft de minister laten weten en de Urkers hebben dat beaamd. Neen, als de heele vloot er bleef, dan zou het mis gaan met de palingstand. De groote regeeringsschepen kunnen wel naar de Noordzee.

We zullen de grens voor de motorkracht zetten op 20 P.K., stelt de minister voor.

Maar zóó hebben de visschers het niet bedoeld. 20 P.K.! Dat staat gelijk met een absoluut verbod. Alle botters hebben zwaardere motoren. 60 P.K., dat zou een aannemelijke grens zijn.

Het wordt gepraat over en weer, conferenties, net zoo druk en menigvuldig als een jaar tevoren. De Urkers raken thuis in het serail. Ze leeren de weg in de groote gebouwen op het Binnenhof en op het Plein. Ze worden trouwe bezoekers op redactie-bureaux. De secretaris van hun bond krijgt vaardigheid in het stellen van ambtelijke epistels.

En het slot is, dat voor de bestaande schepen het limiet van 20 P.K. naar 30 P.K. verschoven wordt.