is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwenen zijn. De heele vloot jaagt weer achter de paling aan. De inspecteur trekt z'n wenkbrauwen omhoog. „Moet er weer een motorjachtje komen?"

„Geeft niet. Er is toch geen strafbaar feit te constateeren. Hun

motoren meten onder 30 P.K."

„Dan houden ze zich dus aan de voorschriften."

Daar moet de schipper om lachen.

„Een Urker, die zich aan de wet houdt? Dat zal laat worden. Mijn kop er af als een van de kerels het doet. Als wij de motoren meten, dan zijn ze dertig P.K. Maar amper zijn ze de haven uit, of ze draaien full speed."

De aderen bij de slapen van den inspecteur zwellen. Zijn gelaat wordt hard als steen.

„Dat is de vierde keer, dat die kerels mij dwars zitten. "Wij zullen zien wie er baas is, zij of ik! Je kunt gaan, schipper."

Het is nu uit, finaal uit.

Er is een decreet uit Den Haag gekomen, dat de kuilvisscherij met mechanisch voortbewogen schepen radicaal verbiedt. De Visscherij-inspectie kan dispensatie verleenen op het verbod. Nu heeft de inspecteur alles in zijn hand. Hij kan toelaten en uitsluiten wie hij wil. Een aantal kleine scheepjes laat hij visschen, maar aan het kunstje met het pennetje maakt hij een eind. Geen van de botters, die op deze manier voor het IJselmeer pasklaar gemaakt zijn, krijgt een consent.

Urk heeft het geprobeerd met redeneeren, met geweld, met list. Het is alles misgeloopen.

Urk heeft verloren.