is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Halfelf," geeft die ten antwoord.

Riekelt verbijt zijn teleurstelling. Hij werkt tegen zijn pijn en zijn moeheid in. Hij houdt nog steeds de Drenten bij. Maar zijn rug krimpt van de pijn; zijn spieren deinen; hij trilt op z'n beenen.

Doorwerken maar! Een visscherman laat zich niet kisten door dat heidevolk!

Telkens opnieuw zet hij zijn schop in de grijze aarde; iedere keer weer trapt hij het ijzer neer met zijn linkervoet, en elke maal slingert hij de modder omhoog. Hij weet amper meer dat hij een nieuwe steek delft. Er trekt een mist voor zijn oogen. Vaag ziet hij het glimmend staal telkens in de donkere aarde duiken; bij het opgooien priemt elke keer het helle zonlicht in z'n oogen.

Al feller wordt het kloppen in de slapen; al zwakker de kracht van zijn polsen.

Volhouden, volhouden! Steek.... trap.... werp! Steek... . trap.... werp!....

De mist wordt rood.

„Hei, wat haal je me nou uit!" schreeuwt opeens een Drent. Inplaats van in de kipkar, is Riekelt's worp op het hoofd van zijn maat terechtgekomen.

Meteen zakt hij neer, uitgeput....

Z'n makker laat hem drinken. „Even rusten," raadt die hem. „Je werkt te wild."

In een rustig tempo werken de Drenten voort. Riekelt wankelt naar de keet; hij kan geen schop meer hanteeren deze dag.

's Avonds zijn de Drenten naar het dorp, om daar de tijd ge-