is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nengaan of bij het verlaten van het raadhuis de kaart soms omhoog. Kijk eens, m'n boterbriefje.

Het eergevoel is afgestompt. Het is niet zijn schuld, dat hij werkloos is. Het is de schuld van de regeering, die een dijk legt zonder land te maken.

Meun schudt zijn oude hoofd over zijn beide schoonzoons. Riekelt en Mar lijden immers geen honger, nu ze steun kunnen halen op het gemeentehuis. Hijzelf heeft het vroeger wel veel armer gehad. En toch is Riekelt zoo opstandig en onverschillig geworden onder deze tegenheden. Het doet hem zeer. „Dat is opstand tegen God, Riekelt," heeft hij gezegd. „Daar bezondig je je grootelijks aan."

Riekelt heeft gegrijnsd.

Met een zwaar hoofd is de oude weer weggegaan.

Hij kan alle dingen ook niet gemaakt zien tegenwoordig. Och, wat hemzelf aangaat heeft hij niet te klagen. Hij vischt naar paling op het IJselmeer, en hij kan met de opbrengst van die vangst de winter doorscharrelen. Twee oude menschen hebben zooveel niet noodig.

Hij was blij geweest toen de Zuiderzeewerken stilgelegd werden. Zoo bleef Urk immers een eiland. Maar nu weet hij het niet recht meer. "Want al blijft het dan eiland, toch is Urk Urk niet meer. Die verre dijk, zóó ver weg dat je er niets van zien kunt, heet 't water rondom Urk dood gemaakt, en hij maakt Urk ook dood. Wie heeft ooit beleefd de dingen die Urk nu beleeft! Wie heeft ooit gehoord, dat Urkers in een rooie optocht liepen, zooals Riekelt heeft gedaan een paar jaar geleden. Wie heeft ooit gezien dat een Urker zijn Urker pak ver-