is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hij een pijnlijke schok gevoeld daareven, toen Rijkholt de boodschap bracht. De inpoldering gaat door! Dat is het eind van Urk.

„Een beetje meer vertrouwen zou jullie niet slecht staan," berispt Rijkholt de jongens.

„Daar hebben ze het in Den Haag nogal naar gemaakt," spot Louwe.

Vertrouwen in menschen bedoelt Rijkholt niet. „Als je maar vertrouwen op God hebt. Maar daar merken we zoo weinig van."

„Juist," knikt Meun. „Godsvertrouwen, dat moeten we hebben," en dit is evenzeer een antwoord op zijn eigen overleggingen als op de opstandige woorden van de jongens. Hij wordt er zelf kalmer onder.

„Vreet jullie je Godsvertrouwen," stoot Riekelt eruit. Meteen stuift hij op en rent naar de deur.

Louwe wil hem tegenhouden, grijpt z'n arm. Hij rukt zich los. „Riekelt!" beveelt zijn vader. Riekelt luistert niet.

Met een smak valt de deur achter hem dicht.

Ontsteld blijven de anderen achter.

Riekelt heeft de kolder in de kop. Zou Mar wel naar huis gaan? Wie weet wat hij doet? Ze moest hier maar blijven slapen, raadt vrouw Meun.

„Ik moet naar huis," zegt Mar.

Haar moeder houdt aan, maar ze laat zich niet tegenhouden. „Ik moet naar Riekelt," herhaalt ze.

Ze slaat de bedsteedeuren open, haalt er haar slapenden jongen uit, en met het kind als een blok in de armen gaat ze naar huis.