is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos te Wieringen gelegen heeft, is weer in dienst gesteld en zal nu slag leveren bij Urk.

De waard van de Willem Barendsz heeft geen tijd meer om op zijn stoep te hangen en geen reden meer tot mopperen of klagen. Zijn huis zit tot de nok toe vol met gasten. En het zijn royale gasten. Ze kijken niet op een gulden als ze maar een goede maaltijd krijgen. De groote gelagkamer is 's avonds haast te klein om al het passagierend volk te bergen, dat hier komt om zijn krant te lezen, een potje te biljarten en een kop thee te drinken of een biertje.

In heel het dorp heerscht een tierige bedrijvigheid. De schoenmaker klopt dikke reepen leer onder zware baggerlaarzen. De bakker kneedt een dubbele portie meel en bakt verscheiden baksels meer dan vroeger. De slagerswinkel hangt vol met bouten en staat vol met menschen. Al de winkeliers en ambachtslui, die bij de aanvang van de crisis naar Urk gevlucht zijn en vier jaar lang op het eiland grooter armoe geleden hebben dan zij aan de wal geleden hadden, zien thans hun verwachtingen vervuld. De Noordoost-polder stort welvaart over Urk!

Louwe Kramer rijdt met z'n bakfiets langs de haven en levert aan de woonarken van de ingenieurs serviezen af zoo fijn als op Urk nog nimmer zijn verkocht. Hij worstelt over de glibberige nieuwe dijk door keileem en door zand naar de keeten en brengt daar potten en pannen zoo groot als voor een weeshuis. Hij levert voerketels voor het koken van het eten van de polderjongens, en in zijn winkel, waar het een paar jaar lang leeg en stil geweest is, komen thans de reizigers en de klanten even druk. Want de kooplui van de wal,