is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan dood water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Urk is geen eiland meer. Urk ligt aan een binnenmeertje, dat straks opnieuw aanzienlijk krimpen zal als de Zuidelijke polders zijn drooggemaakt. Hier is geen plaats meer voor een visscherman. Een visscher hoort aan zee. En de consequentie daarvan voor Riekelt is, dat hij vertrekken moet.

's Avonds, na de gastdag bij Louwe en Annechien, gaan Mar en Riekelt over de Berg, voor het laatst.

De zon neigt naar het westen. De schaduwen worden lang. De vijver in het villapark droomt tusschen zijn groene boorden. De villa's staan er wit en stil tusschen het jonge geboomte. Ginds slapen de boerderijen. De korenvelden zijn lichte vlakken in het uitgestrekte land. Een koe loeit in het veld. Een hond bast bij een verre hofstee.

Het nieuwe land is schoon.

En het oude dorp is ook schoon.

Voor het laatst gaan Mar en Riekelt door de smalle straatjes, langs de witgekalkte huisjes met de zwart berookte forten. Voor het laatst groeten zij de vele vrienden, die hurken op de straat voor hun huis. Voor de laatste maal gaan zij hun eigen kleine huisje binnen.

Dat huisje is al bijna leeg. Een tafel, wat stoelen en het beddegoed, dat is alles wat nog aanwezig is. Want morgenochtend vaart de U.K. 183de haven uit.

Het loopt tegen de middag eer de U.K. 183 afvaart.

Riekelt heeft de motor aangeslagen en hij staat nu aan het roer. Maarten — kereltje van tien — vaamt het losgegooide touw naar binnen. Bij de mast staat Jelle. Hij stampt op het