is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levend, ontwijkend, maar in onwankelbaar superioriteitsgevoel overtuigd, dat deze leeraressen op leeftijd... deze oude jongejuffrouwen. .. nooit of te nimmer haar iets van het leven konden leeren. Hoe zouden ze ook iets kunnen leeren aan haar, die zich met het leven zoo vertrouwd voelde, omdat ze immers het leven was in al zijn zoetheid en liefelijkheid en ongebreideldheid en egoïsme en meedoogenloosheid ? Het bloeiende leven zelf?

Er waren onder haar medeleerlingen velen, die Floortje Désire adoreerden... die zich kleedden als Floortje, spraken als Floortje, dweepten met wat Floortje liefhad.

Floortje aanvaardde die hulde, zoolang ze niet opdringerig werd, met een achtelooze gratie. Ze gaf niets en vroeg niets, nam slechts wat aan menschelijke genegenheid en adoratie haar toestroomde als een vanzelfsprekend, niet bijzonder waardevol geschenk.

In deze vier kweekschooljaren groeide ze op van het spichtige, bleeke, roodharige kind tot het jonge meisje met de rood doorstroomde haren en de weeke, bruine oogen en den rooden als geschminkten mond, dat in het geheel geen schoonheid was, maar waarvan die intense sensueele bekoring uitging. Het was, als men Floortje Désire zag, of men in alle zinnen tegelijk werd aangegrepen. Een verwonderlijk zoet en volkomen accoord klonk op.

Floortje, hoewel een zeer middelmatige leerling, deed een verbluffend brillant eindexamen. Ze ging als een zoetheid en verteedering door de examenzaal. Men glimlachte en droomde. Men kon niet anders dan glimlachen. Men kon niet anders Han zich overgeven aan de deining van een zeer liefelijken