is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overschaduwde lippen. Nog altijd op zijn 45-ste jaar beau gargon, hoewel van het type, dat een beetje uit de mode begint te raken. Een beetje té mooi, té zwart en rose, té zeer kruising tusschen cavalerieofficier en kappersbediende.

André Fernhout. In die eerste Heerenhaghensche periode was het geweest, dat de André Fernhout-droom macht over hem begon te krijgen.

.. Ook in zijn studententijd had hij wel gespeeld met de mogelijkheid te zullen schrijven... romans te zullen schrijven... onder pseudoniem natuurlijk. Misschien was de heele droom gesproten uit het verlangen Billeman onder een pseudoniem te begraven.

In de wat slaperige rust van de Heerenhaghensche secretarie begon, wat een vage droom geweest was, te rijpen tot een werkelijk plan. Jean Frangois voelde duidelijk, dat hij letterkundig talent bezat. Heele romanfragmenten vielen hem zoo maar in, als hij schijnbaar ijverig over de ambtelijke stukken gebogen zat. Hij had ze maar voor het opschrijven. Maar voor hij een letter op papier had staan, wist hij onder welk pseudoniem hij zijn roman zou publiceeren: André Fernhout. Wat kwam het er nog op aan, hoe Lodewijk van Deyssel werkelijk heette? Wat zou „Billeman" er nog toe doen, als hij eenmaal André Fernhout was? Hij begon volijverig te schrijven. Zijn manuscripten vermengden zich met de ambtelijke bescheiden ter secretarie. De droom... de illusie... trad in dezen tijd om zoo te zeggen buiten zijn oevers en overvloeide gansch en al de realiteit. Het gebeurde, dat Jean Frangois bij vergissing een fragment van zijn roman in een enveloppe sloot en verzond naar de Provinciale Staten. Hij kreeg in Heeren-