is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Billeman, een beetje geaffecteerd elastisch... een beetje geaffecteerd jeugdig... begaf zich naar het raam. Met zijn snorren en zijn ronde, glanzende, vlakke oogen, die als kleine vijvers op het punt van overstroomen waren, en zijn glinsterende tanden en gepommadeerde haren en even te weeke vleezigheid van handen en wangen en dijen leek hij wel een beetje op een zeer zelfingenomen, zeer weldoorvoeden kater.

— Nach Frankreich zogen... —

Over het marktplein van Heerenhaghen scheen de lentezon. De kerk, waarvan het schip te massaal leek voor het spitse en ranke torentje, dat oprees als uit een rozet van luchtig kantwerk, was van dit wereldafzijdig plein het statig middelpunt. Een rij zware lindeboomen met breed uitgegroeide kruinen omsingelden de kerk en in wijder, concentrischen cirkel stonden daaromheen weer de platte, gesnoeide linden, die de voorgevels der oude, statige huizen beschaduwden, waar de Heerenhaghensche élite woonde. Het waren meest breede huizen met hooge stoepen door een hek met kettingen of van ijzeren smeedwerk voor te nauw contact met de buitenwereld geschut.

Een enkel kleiner en kleinburgerlijker huisje, een winkeltje misschien, drong wel met een smal en onregelmatig geveltje tusschen de breede fa?ades naar voren, schuchter en tegelijk een beetje brutaal, of het er in al die eeuwen niet zeker van was geworden, dat het zijn durf niet duur zou moeten bekoopen. En dan was er aan de eene zij, afstandig en précieus in zijn zwieriger renaissancestijl, het stadhuis met zijn hooge stoep en gebeeldhouwde kozijnen en de uitheemsche verfijning van twee kleine torentjes op de hoeken. En aan de andere zij de beide Heerenhaghensche café's, het deftige „Hof van Heeren-