is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij daartoe te bewegen was tenminste. De bui nog maar eens even aanzien. Hij liet hem eigenlijk niet graag zoo uit zijn oogen en hij had bovendien ook liever met den burgemeester te doen dan met wethouder Sevrijn. Stak meteen vrouw Sevrijn d'r neus in de gemeentezaken en die was hem wat al te pienter.

Je kon beter met gekken te doen hebben. Misschien kwam hij vandaag wel heelemaal niet. —

Maar nauwelijks was de laatste slag van elven verklonken, of daar kwam de burgemeester het plein opgereden en het was, of de prins uit het sprookje het verhaal kwam binnenglijden.

Hoog zat hij in het lichte, deinende wagentje en mende zelf den lichtbruinen vos. Het was een van zijn eigenaardigheden, dat hij niet in een auto en maar nauweüjks in een trein te krijgen was.

Zooals hij nu in bijna gevaarlijke vaart het marktplein opzwenkte, zou hij inderdaad de prins uit het sprookje kunnen zijn. Niet meer dan een knaap, zou men zeggen. Blootshoofds met amberkleurige haren en vreemde, amberkleurige, bijna gele oogen. Oogen als men wel ziet bij wilde dieren, die lang gevangen zaten en in wie de wildheid is verdoft tot apathie.

En het was, of met dien laatsten slag van elven... met de komst van dat lichte voertuigje uit een voorbijen tijd, waarin de vreemde, prinselijke jongen zat, op eenmaal de oude droom van het plein tot leven ontwaakte. Het was of de strakke huizen de geloken oogen van hun vensters openden en geïnteresseerd het schouwspel gingen volgen. Het was of door de stammen van de lindeboomen een trilling van emotie voer, die zich voortplantte tot in de pas ontloken groene blaadjes en ze sidderend bewegen deed. En de schaduwen op den grond namen de