is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgt daardoor het vreemde gevoel, dat zijn verschijning niet heelemaal echt is... niet heelemaal tastbaar.

De kamer, evenals die van den secretaris aan de voorzijde van het stadhuis gelegen, staat vol zon. Het is er licht en zoel na de schemerkoelte van de marmergang.

De burgemeester leunt tegen de deur, die hij eerst zorgvuldig gesloten heeft. Het is of hij plotseling niet meer verder kan. In de omlijsting van het donker-eiken deurpaneel is zijn gestalte als een uit de lijst getreden schilderij, zeer licht en zeer vermoeid. Zonder spankracht zou men het willen noemen. Een trek van pijn en afweer ligt om zijn mond. Hij brengt een hand omhoog, moeizaam, en veegt met den rug daarvan eenige malen achtereen over zijn voorhoofd. Of hij iets weg wil vagen ... een druk, een herinnering, een verschrikking ? Hij ziet er uit als iemand, die moeilijk ontwaakt en zich vage ontzettingen tendeele herinnert. Het is of zijn bleeke oogen maar langzaam de realiteit van de kamer in zich opnemen. De kamer lijkt zachtjes, zeer zachtjes... te deinen met de beweeglijke schaduwen der lindebladeren mee. De jonge burgemeester voelt een duizeligheid, een pijn, een onmacht, terwijl hij daar slap geleund staat tegen het donker eiken deurpaneel. Hij kan het moment niet plaatsen in de keten der gebeurtenissen. Het drijft aan... en glijdt weer weg. Licht... donker, ver... dichtbij, droom... werkelijkheid. Hoe is ook weer de volgorde der dingen ? Wat was er voor dit geleund staan tegen de deur? Wat komt erna? Dit moment lijkt los te drijven in den tijd. Hij er bovenop, geheel verloren. Zelfs dit eene moment voelt wankel onder hem. Als ook dit laatste wegzinkt...

Maar op het zelfde oogenblik, dat hij in doodsangst de af-