is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterlijk bij van oververfijnden, decadenten aristocraat. En met deze goede gaven moest hij het in het leven blijkbaar doen.

Zoo lang hij zich herinneren kon, had hij hooren zeggen, dat hij „niet erg snugger" was. Dit oordeel had hem volmaakt onverschillig gelaten. Zelfs had hij zijn „niet snugger zijn" dikwijls uitgebuit om aan hatelijke inspanningen te ontkomen.

Een energieke jonge huisleeraar stoomde hem klaar voor het gymnasium en de, als het ware onder hoogdruk staande energie van dezen eerzuchtigen jongen man pompte hem ook verder de klassen van het kleinsteedsch gymnasium door. Hij bleef wel-is-waar een paar maal zitten, maar toch niet vaker dan vele anderen.

Op een keer — hij zat toen in de derde klas — zei zijn zusje Therese, enkele jaren jonger dan hij: — Mama en meneer van Rooien... die... e... och nou ja, je weet wel... een verhouding noemen ze dat... och sufferd, dat wéét je toch wel... dat ze verliefd op elkaar zijn enne... nou ja, alles, net of ze getrouwd waren. Dat je dat niet weet! Ik heb het al zoo lang gezien. —

Hij had zijn schouders opgehaald. Waar menschen zich al niet druk over maakten! Wat gingen hem „verhoudingen" aan, van wie ook. Wat ging hem überhaupt dat heele spektakel aan, dat de anderen opvoerden en dat ze „het leven" noemden. Hij wou, dat ze hem met rust lieten.

Er waren enkele leeraren op het gymnasium, die zich niet konden neerleggen bij de klaarblijkelijke stompzinnigheid van den jongen met zijn verfijnd en toch wel intelligent uiterlijk. Die zich moeite gaven en trachtten door de isoleerende laag