is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnigs vindt... iets walgelijks. Hij weet, dat hij tot razernij toe driftig kan worden, als men deze inbeeldingen negeert.

Billeman dus, fijntjes en überlegen glimlachend onder zijn snor, houdt zorgvuldig afstand en doet onderwijl monotoon en plichtmatig verslag van de dagelijksche gebeurlijkheden.

De burgemeester heeft zijn oogen gesloten en zich een beetje afgewend in zijn stoel. Hij luistert zeer klaarblijkelijk niet. Het is een wonderlijke verhouding tusschen deze beide Heerenhaghensche grootmachten. Ze weten van elkaar, dat ze elkaar noodig hebben. Ze dulden daarom elkaar en haten elkaar tegelijk.

De burgemeester, sensitief als een dier voor wat zich direct op hemzelf betrekt, voor „gevaar" en „niet gevaar", heeft onmiddellijk aangevoeld, dat het Billemans belang was een „niet snuggeren", zelfs een „gekken" burgemeester te handhaven. Hij weet, dat Billeman hem uit eigenbelang altijd beschermen zal... dat hij voor hem zal staan en die horden afhouden, die hem steeds achtervolgen.

Billeman weet, dat de burgemeester dit weet. Maar deze gekke burgemeester is inderdaad voor hem, die hunkert naar macht en invloed, een buitenkansje. Dus beschermt hij hem zonder eenig menschelijk medegevoel uit zuiver praktische overwegingen. Hij stelt zich als een soort van stootblok, dat de ergste schokken opvangt tusschen hem en de buitenwereld. Hij heeft zoo ongeveer geleerd, hoe hem te hanteeren... hem niet te contrarieeren— zooals men leeren kan een auto te besturen zonder iets van de constructie te begrijpen.

De burgemeester voelt wel, hoe verloren hij zou zijn zonder deze hatelijke bescherming. Hij voelt wel hoe hij dan over-