is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleverd zou zijn aan „allen". Dus voegt hij zich meestal, hoewel hij zich daarmee overlevert aan dien eene.

Soms bekruipt hem een plagerige lust Billeman angst aan te jagen. Hij zou dan expres gekke dingen willen zeggen, die zelfs Billemans vereffenende formaliteit niet meer maskeeren kon. Maar tegelijk weet hij, dat deze lust ook voor hem zelf gevaarlijk is, want dat hij deze driften niet beheerscht. Dat ieder schijnbaar los daarheengeworpen woord de opengeworpen sluis kan zijn, waardoor een stroom van woorden zich naar buiten storten zal, niet meer te richten of te weerhouden. Dat hij zou kunnen gaan spreken van zijn verzonken stad... die er is... absoluut... waarvan de klokken zingen. Dat zij gek zijn... idioot... stompzinnig... met hun wereld, die niet bestaat. Dat dit de bodem van de zee is en dat je het ruischen hooren kunt...

Hij weet dat dit niet moet. Zijn laatste restje instinct tot zelfbehoud doet hem zich vastklampen aan dit eene: dat hij moet zwijgen... dat hij zijn wereld geheim moet houden voor alle anderen.

Zoo laveeren ze meestal behoedzaam langs elkaar heen, de burgemeester en de secretaris van Heerenhaghen. Zoo is het wonderlijk besteld, dat ze eikaars vaarwater moeten openhouden.

— En dan — zegt secretaris Billeman met nadruk — dan zijn dit de ingekomen stukken voor de vacature van onderwijzeres. Ik heb ze al eens doorgekeken en gerangschikt... —

De burgemeester wuift af met een geïrriteerd handgebaar.

— Laat me toch met rust. Ik hoef me toch niet ook al met de benoeming van een onderwijzeres te bemoeien. —

Billeman antwoordt niet. Hij schuift enkel over het bureau.