is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cheeren en hun klompen in de gang laten staan... een school, die misschien vreemdelingen, deze begeerde wezens, naar Heerenhaghen zou lokken. Met meester Menardie viel aan iets, dat ook maar bij benadering „model" was, niet te denken. Die weigerde, ondanks bevelen van hoogerhand, de lei af te schaffen, gaf minstens 6 uur plantkunde in de week, liet goedsmoeds zijn klas alleen om het een of ander in zijn tuin in orde te brengen, verlengde het speelkwartier op ongehoorde wijze, hield een geit, die hij zelf melkte... en bezondigde zich eigenlijk aan alle denkbare paedagogische ketterijen. En kón dat doen, omdat hij nu eenmaal meester Menardie was.

Deze vrijgevochten school was Billeman eensdeels een ergernis. Maar hij begreep tegelijk wel, dat een energiek en eerzuchtig schoolhoofd misschien zijn invloedrijke positie in de gemeente zou ondergraven. Zooals het nu was, was hij de vernieuwer en eigenlijk de eenige vernieuwer in Heerenhaghen, waar binnen de brokkelige muren en begroeide wallen, in het schemerig halflicht, dat op zijn doortocht iets van de groenheid der zwaar bebladerde boomkruinen scheen te hebben meegevoerd, een sfeer hing alle vernieuwing tegenstrevend. En die de bewoners zoo lang hadden opgezogen, dat ook over hen een traagheid van beweging was gekomen, bijna iets plantaardigs, alsof ze geworteld waren in wat altijd zoo geweest was en misschien mettertijd daar wel groen zouden worden.

Billeman wenschte die uitzonderingspositie van vernieuwer, die zijn zelfgevoel zoo vleide, toch eigenlijk niet in gevaar te brengen en had nooit een rechtstreekschen aanval op meester Menardie ondernomen.