is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houwde bogen, nu glimmend den zonnegloed kaatsten. Ze zag onder de breede, wingerdbegroeide, open veranda van het Hof van Heerenhaghen de rieten stoeltjes uitlokkend klaar staan, een wonderlijke intensiteit van rust en koelte suggereerend. En voor „De Blauwe Engel" stond een boerensjees met een dik, bruin paard, dat haver at uit een trog en onderwijl met een hoef op de klinkersteenen ketste.

En eensklaps sprankelde toen het carillon zijn lichte melodie van pure tonen en Floortje stond stil midden op het plein en staarde in vreemde, zoete bevangenheid omhoog, of ze de lichte tonen als zeepbellen volgen kon op hun weg naar den hemel.

Half elf was het en om elf uur was ze aan de school besteld. Ze had nog den tijd. Maar toen ze, na het vallen van den laatsten slag weer omlaag keek en, een beetje verblind, den schemer van het plein heel donker vond, toen was het op eenmaal, of haar bevangenheid omsloeg in angst. Het leek opeens, of ze nooit weer werkelijk zou kunnen worden. Of een zeer oude, zeer stille en liefelijke droom haar heimelijk ontvoerd had en of ze nu het werkelijke leven, waar dingen gebéurden, niet

meer bereiken kon.

Ze had plotseling behoefte zich zeer lichamelijk te voelen leven. Ze zou willen hollen, ze zou willen eten en drinken en zingen en roepen. Liefst van al zou ze haar kleeren willen afwerpen en in een of ander koel water de droomverlorenheid

van zich afwasschen.

Ze was blij, toen ze de hellende straat voor zich zag, die door de stompe poort werd afgesloten. Deze straat uit... onder de poort door en het betooverd Heerenhaghen lag achter haar.