is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegende stoffen op... een gekraak en gesteun ook van schoenen, die zelden gedragen worden. Aan den jongen burgemeester klappert en trilt het als aan een populierenboom. Billemans gesteven linnen knistert scherp en insinueerend en de deinende klas van kinderhoofden is als een bewogen struikgewas. Gesproken wordt er niet, maar ieder rekt zich en strekt zich en wil beter zien... deze gepersonifieerde liefelijkheid, die men wel aanvoelt als ongemeen... zeker in de stemmige sfeer van een schoollokaal... als verwarrend, als verderfelijk misschien, maar waarvan toch een bekoring uitgaat, waaraan niemand ontkomt.

Floortje zegt nog niets. Ze glimlacht even, hoffelijk, tegen de in verwachting naar haar opziende kindergezichtjes. Dan glijden haar oogen vluchtig langs de donkere rij der raadsleden, over de gesoigneerd heerige figuur van Billeman heen naar den slanken, blanken burgemeester, gedoken in zijn hoek als een bang dier, waarvan de oogen met een zonderling beroep zich hechten aan haar. Ze glimlacht weer even tegen hem... tegen dien jongen met de bange oogen... als een ouder kind tegen zijn kameraadje. Ze heeft nog altijd niet gesproken. Stil en zwijgend heeft ze die deinende beroering aangezien en alleen eventjes geglimlacht, vriendschappelijk, want ze wil zeker niemand kwaad, bijna kind nog in deze woordlooze hoffelijkheid en toch ook wel even vrouw, die de bekoring van dien glimlach weet.

Meester Menardie verstaat wel de kunst zoo'n proefles te regisseeren. Hij weet, dat de raadsleden aangenaam bezig gehouden wenschen te worden met een liedje zingen en een verhaaltje vertellen en dat ze niets moeten hebben van ver-