is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raillerie een bres te slaan in de reserve van haar zonderling pubhek.

— Nu trekt de boer een paar klompjes aan,

Nu is de boer content...

Een paar klompjes met wat stroo erin.

Alles naar den boer zijn zin... —

Ze houdt de handen tegen het lichaam gedrukt even onder de heupen, alsof ze ze in een paar wijde zakken wil doen verdwijnen. De ellebogen steken wat houterig uit. Op het kleine podium doet ze één, twee passen, zware passen, waarbij ze het heele lichaamsgewicht op het voorste been overbrengt... juist die eigenaardige, boersche lastdierpassen, die aan den gang iets voorover-hellends geven.

— Nu trekt... de boer... — streng gerhythmeerd.

En zij — Floortje Désire in haar rose jurkje — zonder ander hulpmiddel dan die aanduiding van mimiek, suggereert volkomen den boer in zijn zwaar op de handsche potsierlijkheid, die toch een element in zich heeft van souvereine minachting voor wat niet zijn wereld is en dus niet is. Een dwaasheid, niet erbarmelijk, maar bijna koninklijk. Ze geeft het in dat dóódsimpele liedje van den boer, die zich aankleedt.

En de klas leeft op. De kinderen zingen met een élan, of ze dien dag voor het eerst zingen. Het robuuster rhythme, de bekende, makkelijk in het gehoor liggende wijs, het onbekommerd malle van het geval heeft de strakke gezichten der raadsleden ontspannen. Ze glimlachen... bijna. Ze herkennen misschien niet zichzelf, maar dan toch hun buurman. De pluimpjes boven meester Menardie's oogen trillen van pret. Billeman is een en al glanzing van satisfactie. De burgemeester voelt zich