is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist... van de verzonken stad. Als ze daarvan samen wisten... dat moest een warme, donker-vredige veiligheid zijn. Je kon het dan niet meer verhezen... Hij zou willen praten... vragen... maar achter hem was Billeman en hij begreep wel: nu was het niet mogelijk.

Ze glimlachte tegen hem, om dat beroep in zijn oogen te sussen. Ze vond dat niet prettig... dat zonderling beroep op haar. Ze dacht aan zichzelf, niet aan hem. Hij mocht niet bang zijn. Hij moest haar rustig laten. Daarom glimlachte ze even. — Heusch er is niets. Wees niet bang. —

Toen was ze alleen in het lokaal met meester Menardie.

— Als u wilt —, zei deze, — zal ik u mijn pelargonium laten zien... de rozeroode... een nieuw soort, dat ik zelf gekweekt heb. —

En weer had Floortje zeer intens het gevoel, dat de werkelijkheid als een losse bodem onder haar wegviel en ze licht en ijl en tegelijk zonderling bevangen zweefde door het onwerkelijke. Wat had een proefles... een sollicitatie... te maken met een rozeroode pelargonium?

Toch ging ze nu over een tuinpad langs kleurige bloembedden en vond ze zich in een kas staan en in het getemperde licht, dat door de gekalkte ruiten binnenviel, zag ze geraniums, die hier blijkbaar pelargoniums werden genoemd, nog niet in vollen bloei, de knoppen even rose aangeloopen boven ronde, donkergekringde, decoratieve bladeren.

— Deze —■, zei meester Menardie, — deze rozeroode, zou ik, als u het goed vindt naar u willen noemen... Floortje Désire. —

Floortje knikte. Ja, goed vond ze het wel. Ze geloofde alleen