is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet dat het waar was. Dit moest een droom zijn. Straks zou ze ontwaken. Misschien ook zou ze nooit weer ontwaken. Ze was nu de petemoei van een rozeroode pelargonium. Zooiets kón toch niet? Wat moest er van haar worden? Misschien ook een rozeroode pelargonium als in de sprookjes?

Ze keek op in de lichte oogen van den man, die naast haar stond. Hij zei: — Dan dank ik je wel, mijn kind. —

Hij zei dat met een zachte verteedering, die haar wilde elfenziel bijna verschrikte. Ze vond dat niet prettig. Men moest haar niet met menschelijke genegenheden te na komen.

— Ik moet nu weg —, zei ze bruusk. — Straks gaat mijn trein. Ik heb geen tijd meer. Dag... meneer. —

Hij bracht haar door den voortuin tot het hekje en keek haar na, zooals ze snel en haastig ging als op de vlucht, op witte, hooggehakte schoentjes, die ijverig klikten over de steenen van de straat. De cape droeg ze over den arm. Het ranke, rose figuurtje stond in een halo van licht. Het roode haar glansde. Hij het het hekje dichtvallen en bleef haar na kijken en zei hardop... aandachtig en een beetje weemoedig... dien naam, den rozerooden, Floortje Désire.